The Past Continuous
was / were + werkwoord + -ing
Wanneer gebruik je de Past Continuous?
Voor dingen die op een bepaald moment in het verleden aan het gebeuren waren.
Toen bezig
I was doing my homework when you called.
Ik was mijn huiswerk aan het maken toen jij belde.
Op dat moment
She was reading a book at that moment.
Zij was op dat moment een boek aan het lezen.
Tijdelijke situatie in het verleden
They were staying with their aunt last week.
Zij logeerden vorige week bij hun tante.
Rond die periode
We were learning English last year.
Wij waren vorig jaar Engels aan het leren.
De gewone zin
Je gebruikt een vorm van to be in de verleden tijd: was of were. Daarna komt het werkwoord met -ing.
| Persoon | Werkwoord: to play | Voorbeeld |
|---|---|---|
| I | was playing | I was playing tennis. |
| You | were playing | You were playing tennis. |
| He / She / It | was playing | She was playing tennis. |
| We | were playing | We were playing tennis. |
| They | were playing | They were playing tennis. |
Spelling bij -ing
| Regel | Voorbeeld | Zin |
|---|---|---|
| Meestal voeg je gewoon -ing toe. | read → reading | He was reading the newspaper. |
| Stille e aan het einde: haal de e weg. | make → making | She was making tea. |
| Kort werkwoord met één klinker en één medeklinker: verdubbel de laatste letter. | run → running | He was running in the park. |
| Werkwoord eindigt op ie: verander ie in ying. | lie → lying | The cat was lying on the sofa. |
Ontkennende zinnen
Zet not achter was of were. Vaak gebruik je de korte vormen wasn’t en weren’t.
They were not listening. → They weren’t listening.
She was not working yesterday. → She wasn’t working yesterday.
Vragen maken
Zet was of were vóór het onderwerp. Daarna komt het werkwoord met -ing.
| Soort vraag | Voorbeeld | Antwoord |
|---|---|---|
| Met was | Was I speaking too fast? | Yes, you were. / No, you weren’t. |
| Met was | Was he working there yesterday? | Yes, he was. / No, he wasn’t. |
| Met were | Were they playing outside? | Yes, they were. / No, they weren’t. |
| Vraagwoord + to be | What were you doing? | I was writing an email. |
Signaalwoorden
She was drinking tea when I arrived.
We were eating dinner at that moment.
He was reading while I was cooking.
They were working from home yesterday.
I was studying hard last week.
The dog was sleeping at 8 o’clock.
Veelgemaakte fouten
To be vergeten
She reading a book.
She was reading a book.
Did gebruiken
Did he working yesterday?
Was he working yesterday?
De -ing vergeten
They were play outside.
They were playing outside.
De kern in één minuut
Gebruik de Past Continuous voor dingen die op een bepaald moment in het verleden bezig waren.
Gebruik altijd was / were.
Het hoofdwerkwoord krijgt -ing.
Voor vragen zet je was / were vooraan.
Pre-publish testresultaten
Deze test controleert of de presentatie klaar is voor online publicatie.